
Ik train mijn lichaam om te incasseren.
Ik heb mij een keer in een shoarmazaak
begeven
ge hebt daar die ijskast met die uitgestelde
groenten en kip
ik heb mij daar op die plek waar ze het
zilver papier uitspreiden
op dat marmeren blad
ik heb mij daar gewoon gelegd, in de
hoop
nu gaan ze me toch op die bijzonder hete
plaat leggen.
Ik heb mij in de armen van een bedelaarster
gesmeten
de baby weggesmeten en tussen haar borsten
gesprongen
ik vraag vuur aan die gastjes die in ’t
straat lopen
‘excusez-moi, vous avez du feu’
en als ze vuur geven
zeg ik ‘non non non, je ne fume
pas.’
Ik ben mijn beklag gaan doen,
een brief geschreven naar de Islam: waar
ze zitten?
waar zitten ze, uw troepen, uw bendes,
paramarokkanen, makakketerroristen
stuur ze op straat
meer bruin op straat
wij wachten –
ziet u ons niet slenteren langs de straten
met honderden
dezelfde mensen
op dezelfde plekken
langs dezelfde weg
op hetzelfde tijdstip
Iedereen zou op straat moet komen
de straten bevolken
confrontaties niet uit de weg gaan.
weg met het idee dat ge moet vermijden
wat sterker is.
want als er toch wat gebeurt
weet ge niet hoe te reageren
kunt ge evengoed voorbereid zijn
dat is een mentaliteit.
ge moet u openstellen
voor pijn
represailles
littekens
ziekenhuis.
© ivan vrambout |